Museum Prinsenhof | Art Nouveau – Nieuwe zakelijkheid – Delft

Marketingliefhebbers opgelet, in Museum Prinsenhof Delft zie je hoe de Delftse meesters in 1880-1940 aan het werk gingen. Van de meest vooruitstrevende kunstenaars charteren tot ludieke acties met de producten, Jacques van Marken laat zien hoe het moet.

Door: Marijke Phoa
Hoofdfoto: Jacques Zon, Spiritus- gloeilicht, 1898

Art Nouveau – Nieuwe Zakelijkheid – Delft
30 mrt 2018 – 26 aug 2018
Museum Prinsenhof Delft

In een lieflijk hofje, vlakbij het station van Delft, zit in een hoekje de entree van Museum Prinsenhof Delft weggestopt. Laat je echter niet misleiden door de bescheiden ingang, ‘it’s bigger on the inside’! In het voormalige woonhuis van Willem van Oranje – waar hij ook nog eens vermoord werd en de kogelgaten nog in de muur zitten – huisvest het museum nu kunstwerken die zowel de vaderlandse geschiedenis eren, als de stad Delft belichten.

In de tentoonstelling ‘Art Nouveau | De nieuwe zakelijkheid | Delft’ doen ze dat door de bloeiperiode van 1880 tot 1940 uit te lichten waarin kunstenaars en de industrie in Delft zeer interessante samenwerkingen aangingen. Marketingmeesterbrein hierachter was de filantroop Jacques van Marken, die aan het hoofd stond van de Nederlandse Oliefabriek (NOF) en de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek. Van Marken was ervan overtuigd dat kunst, ook als het commercieel ingezet werd, verheffend moest zijn en wilde voor de promotie van zijn producten alleen met vooruitstrevende kunstenaars samenwerken. Hij kreeg, samen met mede-kunstliefhebber Hugo Tutein Nolthenius, de kunstenaar Jan Toorop aan boord om een affiche voor de slaolie van de NOF te ontwerpen.


Jan Toorop, Affiche Delftsche Slaolie, 1894

Van 1890 tot 1914 is in Europa de Art Nouveau stijl op haar hoogtepunt, maar heeft in elk land een eigen naam. Jugendstil in Duitsland, vernoemd naar het tijdschrift Die Jugend. Art Nouveau in Frankrijk, vernoemd naar een gelijknamige kunstwinkel. En in 1894 ontwerpt Toorop in Delft het affiche voor Van Marken in een typische Jugendstil/Art Nouveau stijl: lange sierlijke figuren, asymmetrisch, krullende lijnen, patronen uit de natuur. De prent is vervolgens zo populair dat ook Nederland een eigen naam voor de stijl gevonden heeft: de slaoliestijl.


Uiteraard hangt daarom dit affiche ook in het museum, net als vele andere uit die tijd zoals het affiche voor Spiritus Gloeilicht. In de workshopruimte kan je tevens een hedendaagse interpretatie zien van Delftse opdrachtgeverschap. Het museum hield namelijk een ontwerpwedstrijd voor het campagnebeeld van de tentoonstelling – met een aardige geldprijs voor de gekozen top drie. Het winnende ontwerp toont een portret van Van Marken in de verschillende populaire kunststijlen uit die periode. Op de tv en de muur van de zaal zie je alle andere ingezonden ontwerpen, waardoor je zelf heel goed kan analyseren wat de kracht is van een goed affiche. Waarom werkt de één wel, en de ander niet? Ook is het soms een soort speurtocht, welke elementen van hun ontwerpen hebben ze uit de bestaande prints gehaald?


De slaolietempel

De opdrachten vanuit de Delftse bedrijven bleven niet alleen bij affiches. Ook voor het verpakkingsmateriaal worden kunstenaars gevraagd. Voor bijvoorbeeld de kisten waarin de slaolieflessen worden vervoerd, wordt kunstenaar Theo van Hoytema gevraagd. Hij bedenkt een afbeelding van een olifant met de fles in zijn slurf. Replica’s van deze kisten staan hoog opgestapeld in de zalen. Het geeft zeker sfeer aan de zaal, maar het is een beetje braaf als je het vergelijkt met de marketingstunts die Van Marken ermee uithaalde. Op archieffoto’s zie je bijvoorbeeld dat hij er een tempel van liet bouwen voor een beurs. En een krantenberichtje vermeld dat van diezelfde kisten ook een boot was gebouwd die langs verschillende steden ging voor demonstraties.

Richard Roland Holst, verschillende delen servies, 1923

But wait, there is more! Want kunstenaar Richard Roland Holst wordt in 1923 gevraagd om ontwerpen te maken voor schalen en kommen ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van Calvé (waar de NOF ondertussen mee gefuseerd was). Klanten konden vervolgens punten sparen om deze kommen tegen een gereduceerd tarief te kunnen kopen…klinkt dat bekend? Ik zeg het nog eens: marketingsmeesterbrein.

Naast de greatest hits die te zien zijn, wordt het in de tentoonstelling vooral duidelijk hoe ideaal de omstandigheden in die tijd in Delft waren voor dit soort samenwerkingen. De Polytechnische school – de voorloper van de TU Delft – speelde daarin blijkbaar ook een grote rol. De verschillende bedrijfseigenaren, zoals Van Marken, gingen hier naar school, maar ook verschillende kunstenaars volgden of gaven er lessen. Docent Adolf le Comte werd bijvoorbeeld artistiek adviseur voor de aardewerkfabriek De Porceleyne Fles (bekend van de Delfts Blauwe werken), en zijn oud-student Jan Schouten richtte het Atelier van Gebrand Glas ’t Prinsenhof op. Deze succesvolle ondernemers trokken vervolgens elk weer andere ondernemingen naar de stad toe, wat op hun beurt weer een impuls aan de kunstnijverheid gaf. Hierdoor komen fantastische ontwerpen in allerlei verschillende materialen tot leven en is Delft in staat gehele ‘gesamtkunstwerken’ af te leveren. Van de glas-in-lood ramen, langs keramieken gebruiksvoorwerpen tot metalen sierobjecten zoals kroonluchters, hekwerken en trapleuningen: Delft is in 1880-1940 de place to be als je een (vredes)paleisje wilde aankleden.

Bekijk voor een impressie ook nog onze vlog!