Via Berlin | Instant Love

Wat hebben 8 cello’s, loverboys, plastic laarsjes en het theater gemeen? De voorstelling Instant Love van gezelschap Via Berlin. Een stuk over mensenhandelaar King die zijn zinnen gezet heeft op de Roemeense Grace en haar langzaam ten onder sleurt.

Door: Marijke Phoa
Foto’s door Nichum Glerum via Via Berlin

Op mijn middelbare school werd er actief gewaarschuwd voor loverboy-praktijken. Tenminste, er werd een video vertoond van de film Loverboy (2003). Hierin zagen we hoe Denise (Monique van der Werff) verliefd wordt op Michael (Dragan Bakema), zich isoleert van vrienden en familie en vervolgens door hem overtuigd wordt de prostitutie in te gaan, want hij houd zoveel van haar. Het crue aan het verhaal was dat Michael ook daadwerkelijk verliefd was op Denise, en met haar de wereld van vrouwenhandel wilde verlaten. Ze hoort echter op de valreep hoe hij haar ooit heeft ingepakt en gebruikt heeft, waarop ze hem rennend verlaat. Maar net wanneer je denkt dat het goed afloopt krijgt ze nog even een mes in haar gezicht van één van zijn compagnons, zo makkelijk kom je namelijk niet van vrouwenhandelaars af.

Vijftien jaar later kom ik eenzelfde soort verhaal tegen in het muziektheaterstuk Instant Love. In de voorstelling van gezelschap Via Berlin draait het namelijk allemaal om mensenhandelaar King (Harald Austbø), en zijn ‘kudde’ – zoals hij dat zelf noemt – bestaande uit vijf bizar geklede cellospelers. En waar King bij de ene jonge vrouw amper een avondje nodig heeft om haar te drogeren, te laten verkrachten en haar vervolgens te chanteren met het beeldmateriaal, kiest hij voor de Roemeense Grace (Dagmar Slagmolen) voor de Loverboy-techniek. Of is hij echt verliefd op haar?

Zoals een muziektheaterstuk betaamt spelen de instrumenten in deze voorstelling een grote rol. Valse cello’s spelen soms een figurant dan weer de hoofdrol, om niet alleen de sfeer maar ook de handelingen te illustreren. Mastuberen ging nog nooit zo klassiek geschoold. Toppunt was voor ons de strijd tussen King en Grace terwijl ze samen één cello aan het bespelen zijn. Slagmolen speelt het moment dat Grace beseft in wat voor een situatie ze zich bevindt met een prachtige gelaagdheid en een intensiteit die groeit en groeit.

 

 

 

 

 

Op een bizarre wijze brengt Via Berlijn een afschuwelijke fenomeen op een poëtische maar ook regelmatig grappige manier het theater in. Tussen de ‘kudde’ dames bevindt zich bijvoorbeeld Dimitri (René Munster), die met zijn lichaamstaal alleen al een absurdistische uitstraling geeft aan elke scene waar hij in zit. Helaas is het ook juist de humor die in de laatste acte van het stuk pijnlijk afwezig is. Hoewel de intensiteit groeit, vraag je je toch af waarom een groepsverkrachting van tieners nog met een trots lied van King af kon, maar het inwerken van Grace alleen nog maar mag schuren. Het voelt eerder aan als een stijlbreuk dan als een weloverwogen opbouw.

De gekozen beeldtaal is daarentegen zeer sterk. Niet alleen in de manier waarop de kudde als handel letterlijk in voorraadkarren het podium worden op gerold, of dat de pluche vesten met plastic laarsjes de valse glamour van hun leven al snel onderstreept, maar juist wanneer er gekozen wordt voor een wat meer theatrale aanpak. Dat het stuk voorheen op theaterfestivals zoals Oerol te zien was, waar er geen gebruik gemaakt kon worden van een lichtplan, is eigenlijk een beetje zonde. Je zou het namelijk vooral in een theater moeten zien.