Stedelijk | Base

Stedelijk Base is geopend. Oftewel de vaste collectie van het Stedelijk is weer toegankelijk. Wij doken nog even in de geschiedenis van het Stedelijk en haar verbouwingen om deze nieuwe indeling een plekje te geven in het geheel.

Longread
Door Marijke Phoa
Hoofdfoto: Yves Klein, (links)L’accord bleu (RE 10); (rechts)Résonance (MG 16), 1960.

Stedelijk Base is geopend, en ja dat spreek je uit alsof je het woord ‘basement’ niet helemaal afmaakt. Het gaat namelijk om de kelder van het Stedelijk waar voortaan de vaste collectie in te vinden is. De inrichting is samen met Rem Koolhaas en zijn architectenbureau OMA ontworpen, met een speciaal soort stalen opstelling. De meningen zijn flink verdeeld over de uiteindelijke opstelling, maar daarover later wat meer. Eerst beginnen we even met een simpele ‘hoe zat het ook alweer’?

Foto: via Stedelijk.nl

Al in 1974 was het Stedelijk Museum opgericht, onder de noemer Vereeniging tot het Vormen van een Openbare Verzameling van Hedendaagsche Kunst te Amsterdam (VvHK). Zij waren oorspronkelijk gestationeerd in het Rijksmuseum, en namen pas in 1895 hun intrek in de locatie die wij nu kennen aan de Paulus Potterstraat. Toch was het museum inhoudelijk nog lang niet zoals wij die nu kennen. Het bezat op verschillende momenten militaire voorwerpen van de Amsterdamse schutterij, Aziatische kunst en een collectie van het Medisch-Pharmaceutisch Museum.
Door de jaren heen heeft het verschillende collecties vergaard en afgestoten waardoor het meer en meer de vorm aannam van een museum van moderne kunst. Zo deed het museum in de jaren ’50 een aankoop van een groep Malevich stukken en begon zij toen ook aan de fotografische collectie met foto’s van László Moholy-Nagy, Man Ray en ook bijvoorbeeld Ed van der Elsken (wiens werk begin dit jaar tentoongesteld werd). In de jaren ’60 volgde ze wat meer het Amerikaanse voorbeeld en werden pop-art en abstract expressionistische werken aangeschaft. In de jaren ’70 groeide ook de collectie videowerken door aankopen van Europese kunstenaars als Jan Dibbets en Gilbert & George, maar ook werken van Nam June Paik en Bruce Nauman.

Foto: John Lewis Marshall, 2012; via Stedelijk.nl

Kortom een flinke collectie die ze met de jaren hebben opgebouwd. Dit paste echter lang niet meer in het oude pand (plus was er behoorlijk achterstallig onderhoud) en dus werd er een prijsvraag uitgeschreven voor een nieuw gebouw. De winnaar werd het architectenbureau Benthem Crouwel, met een ontwerp dat ook wel bekend staat als ‘de badkuip’ dat tegen het oude gebouw aan geplaatst zou worden. Het plan zou plaats bieden aan een auditorium, de kantoren en tentoonstellingsruimtes. Ook zou er onder de badkuip een ruimte komen van maar liefst 1100 vierkante meter!
Van 2004 tot maar liefst 2012 heeft deze verbouwing geduurd, waarbij het museum grotendeels dicht bleef. Wel waren er nog verspreid over de stad steeds tentoonstellingen te zien. Zoals in de tijdelijke huisvesting van het museum in het PTT-post sorteercentrum, maar ook in 2010 even toen het oude gedeelte van het museum al deels opgeleverd kon worden.

De uitbreiding duurde uiteindelijk een stuk langer dan in de eerste instantie gedacht werd. Zo was in de eerste berichtgevingen 2008 genoemd, wat dus ruim vier jaar later werd. Ook was het twintig miljoen euro duurder uitgevallen. Niet zo gek dat iedereen huiverig reageerde toen directeur Beatrix Ruf in 2016 aankondigde nog een keer te willen sluiten voor een verbouwing. De indeling zou te onduidelijk zijn.
Het zou echter om een gedeeltelijke sluiting zijn en meer een herindeling van de collectie worden dan een echte verbouwing. Waar voorheen de vaste collectie in het oude gedeelte opgesteld werd, en de tijdelijke tentoonstellingen in de badkuip te zien was, wilde Ruf het andersom hebben. In Stedelijk Base zou de vaste collectie komen, terwijl in Stedelijk Now de wisselende tentoonstellingen te zien zijn. Op de begane vloer zou in het oude pand met Stedelijk Turns de vaste collectie met verschillende perspectieven benaderd worden in kleinere tentoonstellingen.

Voor de indeling van de kelder werd architect Rem Koolhaas aangetrokken, die met zijn architectenbureau OMA de inrichting op zich nam. Hij had in zijn hoofd een nieuw soort systeem van ‘vrije wanden’ waaraan kunst gehangen kon worden. Deze wanden zouden van staal gemaakt worden, maar moesten een speciale vorm hebben om vrij te kunnen staan. Na veel getest zou iemand met een scootmobiel er met volle vaart tegenaan kunnen rijden en alsnog zouden de wanden niet omvallen (maar probeer het liever niet). Door de tests liep ook deze verbouwing uit, met maar liefst een half jaar. De herindeling van het entreegebied ging wat dat betreft een stuk sneller, binnen drie weken was dat nog even in september aangepakt!

Goed, de verbouwingen zitten er nu eindelijk op, vrijdag 15 december werd Stedelijk Base feestelijk geopend en wij waren erbij!

Ruf zelf omschreef het zelf als volgt: ‘Door de komst van internet vergaren we informatie op een andere manier; we browsen, zien veel beelden in één keer, leggen zelf verbanden en maken combinaties. Dat komt ook in Stedelijk Base tot uiting: in het geweldige concept van OMA is het mogelijk om je vrij te bewegen door de ruimte, verrassende combinaties te zien en zelf verbanden te leggen.’

En dat is ook wat er in de positieve meningen naar voren komt. Dat verschillende disciplines door elkaar heen komen te staan, waardoor daar ook de nodige aandacht voor komt. Dat door de verrassende combinaties en looproutes de aandacht erbij gehouden kan blijven. Dat met het uitzichtpunt je een prachtig uitzicht krijg over een periode van ruim honderd jaar kunstgeschiedenis. De lage wanden maken dat het werk dichterbij dan ooit tot de bezoeker lijkt te hangen en ook dat het plafond daardoor wat meer ruimte krijgt.

Barnett Newman, Cathedra, 1951

De andere kant van de reacties zijn dat het teveel op de jongere generatie gericht is die makkelijker de verbanden legt en kan wisselen tussen de beelden dan een wat oudere bezoeker. Dat dit vrij bewegen door de ruimte, die met kriskrasse muren ingedeeld is, juist overdonderd en verward. Wil je een bepaalde chronologische route volgen je toch eerst een pak leeswerk door moet spitten om de ideale looproute te vinden.

Een bezoeker merkte op dat na alle ophef over de speciale stalen wanden, er weinig te zien was van dat staal. ‘Het ziet er uiteindelijk uit als houten platen’. Na enig onderzoek van ons bleek dus dat dit klopte. De stalen wanden zijn overdekt met houten platen omdat dit de werken gemakkelijker op te hangen maakt.


Kazimir Malevich, verschillende werken

Bovenstaande voor- en nadelen kunnen wij allebei onderschrijven. Wij hebben zelf ook enige bedenkingen met betrekking tot de drukte. Door de nauwe wandelgangen kan het snel drukker aanvoelen dan het is, en er met een groep doorheen lopen voor een rondleiding kan wat krap worden. Ook kan je als je bijvoorbeeld in een rolstoel zit moeilijker wat verder naar achteren rijden om het werk in zijn geheel op te kunnen nemen (laat staan dat je op het uitzichtpunt kan komen dat met een smalle trap te bereiken valt). Daarbij zit er boven in de badkuip nog een staartje van de collectie, de werken vanaf 1980. Deze lopen echter gelijkvloers met Stedelijk Turn, waardoor je moet oppassen dat je niet in de ‘verkeerde’ tentoonstelling eindigt. Toch is een spontane ontmoeting met een kunstwerk wat je niet eerder gezien hebt  wel iets wat we aanmoedigen. Zo zijn we zelf verliefd geworden op een nog nooit eerder door ons aanschouwd werk van Anselm Kiefer. Met dit ontwerp komt dat dus in ieder geval goed. Het is dus niet helemaal perfect, maar hoelang het überhaupt blijft is ook de vraag. Een nieuwe directeur is namelijk nog in aantocht.

Anselm Kiefer, Innenraum, 1981