Paleis Soestdijk | Transformatie

Paleis Soestdijk staat op het punt te veranderen, het creatieve beheer gaat naar een nieuwe groep waardoor Artifex een passende afsluiting zocht van hun avontuur in Soest. Met Transformatie verwelkomen zij verandering, door die van Escher te vieren

Door Marijke Phoa

Transformatie – van leerling naar meester
29 sep 2017 – 17 dec 2017
Paleis Soestdijk

Hoogstwaarschijnlijk ken je het werk van M.C. (Maurits Cornelis) Escher. Wereldberoemd vanwege de briljant verwarrende beelden die hij maakte: trappen die eindeloos doorgaan, vogels die tegelijkertijd vissen zijn, van wilde patronen tot zeer gedetailleerde architectonische bouwsels. Maar wat weet je eigenlijk over hemzelf? Of over zijn technieken? Of over zijn leermeester?

In de tentoonstelling Transformatie – van leerling naar meester probeert Paleis Soestdijk daar een tipje van de sluier mee op te lichten. Zo introduceren zij de leermeester van Escher, Samuel Jesserun de Mesquita, door middel van een dertigtal prenten van zijn hand die samen met de prenten van Escher tentoongesteld worden. Het is een cirkeltje rond in Soest, gezien de eerste tentoonstelling die daar georganiseerd werd door Artifex (de nog huidige creatieve beheerder van het paleis) een solotentoonstelling over M.C. Escher was. Nu keren zij er naar terug, door de transformatie die het paleis zal ondergaan te vieren in de transformatie die Escher onderging.

Escher (die trouwens van Nederlandse origine was) deed eerst een opleiding bouwkunde in Delft in 1919, toen hij zich na enkele maanden bedacht en naar Haarlem vertrok voor de School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten. In de eerste instantie om zijn opleiding bouwkunde voort te zetten. Toen hij zijn tekeningen aan docent De Mesquita liet zien, hielp deze de ouders van Escher ervan te overtuigen dat Escher over zou moeten stappen naar de Sierende kunsten. Het zou een innige band worden tussen de twee, dat onder andere uit hun briefuitwisselingen blijkt. Escher is zelfs verantwoordelijk voor het behoud van een groot deel van Joods-Portugese De Mesquita’s werk, die in 1944 helaas gedeporteerd werd door de Nazis. Per toeval en nietsvermoedend ging Escher op bezoek bij zijn leermeester, net nadat diens familie weggevoerd was. Overrompeld door de chaotische staat van het huis raapte hij een tal prenten bij elkaar en nam deze mee om veilig te stellen. Toen hij de dag erna terugkeerde was het huis al bezet door de Duitsers.


Escher, Bij Mesquita in de les, 1921/22, houtsnede 

De transformatie waarover de tentoonstelling spreekt gaat natuurlijk over wanneer je als leerling de lessen overstijgt en zelf een meester wordt. In het geval van Escher en De Mesquita begint dat allereerst in de werkvorm. De Mesquita is een zeer behendige meester in de houtsnijkunst. Maar de methode heeft bepaalde beperkingen. Voor een houtdruk moet je namelijk in het hout wegsnijden wat wit moet blijven en het in spiegelbeeld uitvoeren. Je moet de afbeelding dus als een soort (fotografisch) negatief zien. De inkt wordt dan op de overgebleven vlakken gewreven en vervolgens druk je dat af. Deze techniek wordt daarom ook hoogdruk genoemd, de hoge delen worden afgedrukt. Hout is uiteraard een stug materiaal, dus alleen de allerbesten kunnen er heel fijn (dun) in werken. Minder behendige kunstenaars moeten zich daardoor beperken tot een afbeelding dat in grote vlakken verdeeld is en uit dikkere lijnen bestaat (al kan dit natuurlijk ook een stilistische keuze zijn). Daarnaast moet je voor elke inkleuring een ander houtblok uitsnijden. Escher dook in de techniek en maakte uit één houtblok de gehele prent door bijvoorbeeld een houtblok een kwartslag te draaien om zo wel twee verschillende patronen uit één blok te krijgen.


De Mesquita, Waterbok, 1921, houtsnede

Na zijn opleiding verhuisde Escher naar Rome en reisde regelmatig naar het platteland van Zuid-Italië. Zijn werk bestond voornamelijk uit realistisch landschappen en gebouwen, maar zijn interesse in de wetmatigheden van de natuur begon hem aan te trekken. Ook ging hij werken met een andere techniek. Zoals de vlakdruktechniek van lithografieën. Bij deze techniek breng je een vettige laag aan op een (kalk)steen, waarin je vervolgens tekent. Wat je getekend hebt kan vervolgens met inkt bedekt worden (omdat daar geen vettige laag meer zit dat de inkt afstoot) en dat kan dan weer afgedrukt worden. Met deze techniek kon Escher met vrije hand tekenen waardoor hij veel gedetailleerder en met verschillende lagen kon werken.

Kijk bijvoorbeeld naar de verschillende uitwerkingen tussen de Toren van Babel (1928) en de Kathedraal van Cefalù (1932). De toren is een houtsnede en de kathedraal een lithografie. De grijstinten zouden niet mogelijk zijn geweest in de houtsnedes, nog de mate van fijnheid in de lijnen.

Niet veel later geeft Escher zich over aan de wetmatigheden uit de natuur en concentreert zich op (geometrische) patronen. Hij laat daarmee zijn leermeester nog verder achter zich. Landschappen krijgen zelfs een surreel tintje (zie hoofdfoto) en Escher begint juist het werk van zijn leermeester te beïnvloeden, die zelf meer patronen aan zijn werken gaat toevoegen.

Het leukste tijdens de tentoonstelling van Transformatie is naar de daadwerkelijke transformatie te kijken en te bedenken waarom de transformatie plaatsvond. Hoe de onderwerpen van de meester veranderen in de onderwerpskeuze van de leerling. Hoe de techniek van Escher veranderde en hij zelf een meester daarin werd. Veel kijken en vergelijken dus!

De Mesquita, Kroonkakatoe, 1924, houtsnede (ps dit is onze favoriet)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *