Outsider Art Museum | Nieuwe meesters

‘Hallo meneer, ik ben de kunstenaar!’ Vorige week was de opening van de tentoonstelling Nieuwe Meesters in het Outsider Art Museum. Een tentoonstelling waar de prachtige portretten van de kunstenaars (gefotografeerd door Sander Troelstra) naast hun werken hangen.

Door Marijke Phoa
Hoofdfoto: Sander Troelstra, Roel Heijmans. 

Nieuwe Meesters
4 okt 2017 – 28 mei 2018
Outsider Art Museum

In het Outsider Art Museum (een samenwerking tussen het Dolhuys en de Hermitage Amsterdam) is de tentoonstelling Nieuwe meesters geopend. Het is een tentoonstelling die kunstwerken van Outsider kunstenaars combineert met hun portretten, gefotografeerd door Sander Troelstra.

Links: Sander Troelstra, Wijnand de Vries. Rechts: Wijnand de Vries, Zonder titels, 2016

Outsider Art, ook wel Art Brut genoemd, is een term voor kunstenaars die meestal autodidactisch zijn, en op een geheel eigen wijze een vormentaal ontwikkelen die niet altijd even goed past binnen de standaard kunstwereld. Tenminste, dat was vooral zo aan het begin van de twintigste eeuw, toen er vooral binnen bepaalde stromingen en door kunstacademies kunst geproduceerd werd. Nu is de hedendaagse kunstwereld niet bepaald gebonden aan één specifieke vormentaal of aan regels, dus waarom vallen deze kunstenaars dan alsnog buiten het veld? Voornamelijk omdat de meeste kunstenaars met een geestelijke of lichamelijk uniekheid leven, waardoor zij anders te werk moeten dan de gemiddelde kunstenaar. Je ziet bijvoorbeeld niet snel een activistisch werk à la Ai Weiwei die kritiek levert op de vluchtelingenopvang, of een heel gewiekste marketingstuntkunstenaar zoals Damien Hirst. Je ziet vooral kunstenaars die kunst maken om de wereld om zich heen beter te begrijpen, of om de wereld hen beter te laten begrijpen. Zoals bijvoorbeeld Lionel Plak, die door alle bus-, tram- en treinhaltes in zijn werken op te schrijven het transportsysteem onder de knie weet te krijgen.

Lionel Plak, zonder titel

Links: Nol Vonk, hoofd, 2004; rechts: Sander Troelstra, Nol Vonk.  

Troelstra beschreef over het fotografeerproces dat hij het vooral heel prettig vond werken dat de kunstenaars zonder ego op de foto wilde gaan. ‘Waar normaal gesproken iemand let op hoe hij of zij zit, en hoe dat dan overkomt, zijn zij daar totaal niet mee bezig. Ik mocht zien wie zij zijn en dat heb ik geprobeerd vast te leggen’. Eenzelfde houding zie je ook in hun werk terug. Het maakte de opening ook des te leuker. Bij het voordragen van haar gedicht was Jessica Magnin even de woorden kwijt, dus begon ze gewoon opnieuw. En terwijl het publiek langs de portretten en de werken loopt, worden zij even vriendelijk op de arm aangetikt door de kunstenaars en vrolijk aangesproken met ‘hallo meneer, ik ben de kunstenaar!’, waarna je met hem of haar op de foto mocht.

Sander Troelstra, Ben Augustus (met Ben Augustus ernaast)

Het werk zelf is ook nog eens van zeer hoge kwaliteit. De tentoonstelling wordt parallel gehouden met de tentoonstelling Hollandse meesters in de Hermitage, en je zou je best het voor kunnen stellen dat de vormen van deze makers inderdaad beeldbepalend kunnen zijn. Het zijn in ieder geval zeer frisse nieuwe werken. Juist doordat deze kunstenaars zichzelf iets aanleren, bepaalde regels (onbewust) verwerpen, maakt dat deze werken aanvoelen alsof ze puur voor de creatie gemaakt zijn. Niet voor het geld, niet voor een bepaalde afzetmarkt, of omdat het ze in bepaalde musea weet te brengen, maar omdat zij zich willen uitdrukken door kunst. Zonder pretenties.

Links: Derk Wessels, ruiter; potvogel; rechts: Sander Troelstra, Derk Wessels

Links: Sander Troelstra, Rob Morren; rechts: Rob Morren, (linkerwerk onbekend), Hollandse waterlinie, 2016 
Jefke Dijkstra, zonder titel