Ode | aan mijn vader

Al ruim vier jaar bezoek ik regelmatig het museum met mijn vader. Hij leert mij waarschijnlijk meer over kunst en een museumbezoek dan ik hem. Om zijn wijze lessen te vieren schrijf ik deze ode aan mijn vader.

Door Marijke Phoa

Mijn vader en ik gaan ongeveer al vier jaar regelmatig naar het museum samen. In de eerste instantie was het mijn zus Inge die voorstelde om vaker samen naar het musea te gaan. Ik was al even bezig met mijn bachelor kunstgeschiedenis, en het leek haar een leuke manier om verdiepend het museum te bezoeken. Mijn vader kocht diezelfde dag nog een museumjaarkaart en haakte aan.


Mijn zus Inge, mijn vader en ik, wachtend in de rij bij FOAM

Nu wil ik graag een ode schrijven aan mijn vader. Want hoewel hij met mij mee ging voor verdieping, heeft hij juist mij zoveel meer gegeven bij elk museumbezoek.

Ten eerste: humor. Mijn vader kan af en toe lekker gek doen, is in voor een malle foto en weet altijd wel een interessante opmerking te maken over wat hij ziet. Of we nou een uur moeten wachten in de rij bij FOAM, met hem vliegt de tijd voorbij. Daarbij is hij ook een ontzettende deugniet, als het er niet specifiek bij staat dat je iets niet aan mag raken…je raadt het. Dat ligt deels aan zijn enorme nieuwsgierigheid, hij wil het werk kunnen voelen. Nu raakt hij nog net niet een schildersdoek aan hoor, maar als er een antieke kist ergens rondslingert zit hij er met zijn vingers aan.

Er mag op dit werk gezeten worden

Ten tweede: opmerkzaamheid. Vaker hoor je mijn vader zeggen ‘mooie lijst’ dan dat hij naar het werk kijkt. Natuurlijk kijkt hij er later alsnog naar, maar hij neemt alles mee in zijn beschouwing. Daarbij ziet mijn vader overal patronen en verbindingen. Vaak wil hij dan ook nog wel eens ingrijpen om een bepaald patroon af te maken. Zo word ik regelmatig geposeerd door hem, zodat het rijtje af is, en dan maakt hij daar graag een foto van. Ook let hij altijd op heel andere dingen dan ik. Zo waren wij bijvoorbeeld samen naar een performance van Tino Sehgal in het Stedelijk waar wij steeds door verschillende mensen over ontwikkeling in gesprek gingen. Na afloop was ik heel tevreden met de gesprekken en merkte mijn vader op ‘iedere keer werd de persoon met wie wij spraken afgewisseld met een ouder persoon’. Natuurlijk, ontwikkeling zat niet alleen in de gesprekken maar ook met wie wij spraken. Het was totaal langs mij gegaan, maar mijn vader zag het.

Ten derde: onwetendheid. Wanneer je een kleuter of een schoolkind meeneemt naar het museum krijg je soms de meest interessante interpretaties te horen. Ze staan nog helemaal open voor alles wat ze binnenkrijgen aan prikkels en bespreken dit dan ook zonder gĂȘne. Zo ook mijn vader. Hij is zich onbewust van de verwachtingen die in het museum hangen en staat nog compleet open voor wat hij ziet. Daarbij heeft meneer lak aan de stiltes die er hangen in het museum en wil hij gewoon kunnen bespreken wat hij ziet. En dat zou ook moeten! We moeten vaker tegen elkaar praten in het museum. Benoemen wat ons opvalt, bespreken welke associaties we hebben en niet bang zijn om iets ‘doms’ te zeggen.

Ten vierde: genieten. Als er een taartje op de lunchkaart van het museumrestaurant staat, bestelt mijn vader deze. Hij weet als geen ander om zijn museumbezoek tot een complete ervaring te maken. Kopje koffie met gebak, later nog even lunchen. Op deze manier neemt hij zijn tijd voor het museum, last hij pauzes in en heeft hij simpelweg er een heel uitje van gemaakt. Gezien hoe vaak ik het museum bezoek is het niet altijd even verstandig om er steeds ook uitgebreid te gaan lunchen, maar het haalt zeker de haast uit een bezoek. En dat kan alleen maar goed zijn.

Ten slotte: leergierigheid. Ik ben niet bepaald opgegroeid in een cultuurrijk gezin. Wij gingen wel eens naar de dierentuin, maar ik kan mij niet meer herinneren wanneer wij ooit naar een museum gingen toen wij klein waren. Ik heb mijn vader dan ook een boek over kunstgeschiedenis moeten geven. ‘The Story of Art’, om even in te komen met een vrij algemene inleiding op de kunstgeschiedenis. Het jaar erop kreeg hij ‘Dat kan mijn kleine zusje ook’, zodat hij zich ook wat beter bekend voelde met moderne kunst. Hij heeft beide helemaal uit gelezen. Zelf zoekt hij enorm veel informatie op over fotografie. Hij heeft het helemaal te pakken, houdt zich bezig met lenzen en regels en gaat regelmatig in zijn eentje op pad om een bepaald onderwerp te fotograferen. Zo ging hij speciaal voor de boten van SAIL om half vier op pad om ze te fotograferen tijdens zonsopkomst.

Ik kan alleen maar zeggen dat ik enorm veel plezier eraan beleef om samen met mijn vader op pad te gaan. Hij laat mij op een andere manier naar kunst kijken, maar ook beter begrijpen op welke manier het museum werkt (en hoe soms niet). Sowieso is het goed om af en toe naar de lampen te kijken, hoe de stoel van de suppoost in elkaar zit, en naar het gekke kapsel van de mevrouw voor je. Sta open, voor alles. Dat heb ik geleerd van mijn vader.