Museum Volkenkunde | SIERADEN

Ga je wel eens naar een tentoonstelling over sieraden? Wij meestal niet. Zonde weten we nu. In de tentoonstelling SIERADEN: makers & dragers leerden wij namelijk deze kunstvorm pas echt te waarderen: van de vormgeving tot het vakmanschap erachter.

 

Door: Marijke Phoa
Hoofdfoto: Nguni liefdesbrieven. Minnaars en aanbidders maken deze lapjes voor de ontvanger om op zijn kleding te dragen. Hoe meer lappen, hoe meer status.
Gesponsord

SIERADEN: makers & dragers
13 dec 2017 – 3 juni 2018
Museum Volkenkunde Leiden

Ik sta nooit zo stil bij sieraden. Ik kies hoogstens uit vier verschillende kettingen en heb twee standaard ringen om op basis van welke kleur ketting ik heb gekozen. Ik heb één broche en twee armbandjes, alle drie draag ik alleen wanneer er een speciale gelegenheid of outfit er om vraagt. Laat ik niet eens over mijn oorbellenselectie beginnen, want die bestaat niet.  Je kan je dus afvragen wat ik bij een tentoonstelling als SIERADEN: makers & dragers doe. Een tentoonstelling gewijd aan sieraden van over de hele wereld met maar liefst 1000 stukken die tentoongesteld worden. Een gekke plek voor iemand die er niet zo’n liefhebber van is. Nu ben ik sowieso een voorstander om eens buiten je bekende kader te treden, maar om zó bekeerd  terug te keren van mijn bezoek had ik eerlijk gezegd niet verwacht.

Kettingen van menselijk haar.

Terwijl volkenkundige musea van oudsher veelal ingedeeld zijn naar landen en regio’s, doen ze het in Leiden tegenwoordig anders. Zo kiezen ze voor SIERADEN: makers & dragers voor een thematische aanpak waarbij de materialen  –  natuurlijke materialen, zilver, goud en kralen – het uitgangspunt vormen.  Herkomstlanden en ouderdom doen er veel minder toe en de nadruk komt hierdoor meer te liggen op wat mensen gemeen hebben. Zo werken ze blijkbaar van Indonesië tot Hawaii en zelfs Nederland met menselijk haar. Ook zie je technische overeenkomsten. Zo krijg je met goud de meest verfijnde sieraden en gaat er meer werk in zitten om een kraal te maken dan je denkt.

Ketting van Chevron glaskralen en tanden, 1985, Congo.

Naast dat er verschillende sieraden tentoongesteld worden, wordt er ook aandacht besteed aan het maakproces. De gereedschappen die gebruikt worden, het technische proces, maar ook welke mensen ze maken en met welke redenen. Een bodom kraal is bijvoorbeeld een echt statussymbool en wordt met de hand gemaakt in Ghana. Hiervoor moet er eerst glas vermalen worden tot fijn poeder, waarna verschillende kleuren in een patroon in een mal worden gegoten. Daarna verhitten ze de mal, tot er een kraal gevormd is die hard genoeg is. Het vermalen wordt met de hand gedaan en is een langdurig proces. Ook het kunnen inschatten hoe heet het vuur moet is een vaardigheid. Te heet en je krijgt het type glas dat je gewend bent om uit te drinken, juist door het kouder te houden krijgt de bodom zijn unieke uitstraling. Volgens de man in de video kan het wel vijf jaar duren voor je het meester bent.

Linksboven: Anish Kapoor, ringen Water, 2003, goud en emaille. Linksvoor: Kamal Kumar Meenaker, ringen Fragments of Flowers, 2014, goud, emaille en koper.

Juist dat vakmanschap is zo waanzinnig interessant in deze tentoonstelling. Veel van de hedendaagse sieraden die te zien zijn, zijn gemaakt door ontwerpers die speciaal in de leer gingen bij traditionele ambachtslieden of die geïnspireerd zijn geraakt door traditionele technieken en vormen. De enige twee hedendaagse stukken die echt opvallen zijn een ketting met een geometrisch gevormde hertenkop, en een armband met een salamander gefossiliseerd in acrylaat (een soort kunststof). De rest ging haast naadloos op in de collectie.
Wat ik soms jammer vind. Als je twintig ringen bij elkaar ziet, zie je er nog wel eens één over het hoofd. Een ring van de hand van Anish Kapoor (foto hierboven, nr. 29), één van de populairste hedendaagse kunstenaars die met oneindigheden en overweldigende kleuren werkt, werd niet prominenter belicht dan een andere ring uit bijvoorbeeld de 19de eeuw. Er staan verder ook geen bordjes met namen en jaartallen bij, daarvoor moet je elk individueel werk opzoeken in een handout. Soms heb je dus geen idee waar je naar kijkt. Wat logisch is voor het museum, aangezien anders de tentoonstelling dichtslibt met tekstbordjes en voor hen de één niet waardevoller hoeft te zijn dan de ander.Ik had er alleen wat meer op attent gemaakt willen worden dat een bepaald werk vanuit een bepaald oogpunt eruit springt, bijvoorbeeld zoals de Nguni liefdesbrieven in een klein tekstje op de vitrine toegelicht werden. Aan de andere kant geeft dat misschien elk sieraad zijn volledige recht. Spreekt er eentje je aan, dan is dat omdat het werk dat zelf doet en niet de maker een bepaalde naam heeft. Ook is het een leuk spelletje om eerst te bedenken waar het van gemaakt wordt, voordat je het leest. Je kan jezelf daardoor trainen om beter te kijken. Zo kom je ook voor leuke verassingen te staan. Wist je bijvoorbeeld dat er kralen gemaakt worden door papier op te rollen en deze kokertjes te lakken? Of je kan proberen te bedenken van welk dier een bepaalde tand komt.

Ketting van hondentanden, 1951, Hawaii

Wat mij vooral opviel was de duurzaamheid van alle sieraden. Veel stukken komen uit de 19de en 20ste eeuw, maar zijn nog steeds in formidabele staat. Dat komt natuurlijk deels door de goede zorgen van het museum, maar ik vroeg mij af of dat ook deels komt doordat de sieraden in deze tentoonstelling van een ‘puurder’ materiaal zijn gemaakt. Dan ga je wel even anders kijken naar je ringen van de H&M. Zouden wij niet meer moeten willen investeren in sieraden die met zorg en aandacht gemaakt zijn, in plaats van machinaal en massaal? Toch ligt daar ook de crux, want een ring van de H&M is aanzienlijk goedkoper dan een sieraad dat met de hand gemaakt wordt, waar eerst vijf jaar een techniek voor geleerd moet worden, of die uit een zeldzamer materiaal gemaakt is.
Dit zijn natuurlijk ook juist de uitzonderlijke stukken. Sieraden waarmee status aangetoond kon worden, waar misschien juist niet elk stamlid in rondliep. De ketting van hondentanden (hoe gruwelijk het idee nu ook is), was zeer kostbaar omdat er weinig honden voorkwamen in Oceanië. Als je dan een lap met duizend tanden draagt, waarvoor alleen de vier hoektanden van de hond zijn gebruikt, dan was je wel het mannetje, ja. Maar misschien droeg de rest alleen maar een kralenketting met één haaientand eraan (ervan uitgaande dat haaien veel meer voorkomen natuurlijk).

Verschillende dragers en makers tonen en vertellen over hun sieradencollectie

Ook de verschillende dragers die in de eerste zaal één voor één aan het woord komen over hun sieradencollectie moeten toegeven dat het hebben en verzamelen van zo’n unieker stuk een prijzige hobby is: ‘sommige mensen gaan op vakantie, wij kopen sieraden.’ Het is bij deze tentoonstelling wel pas tot me doorgedrongen waarom iemand dat zou willen doen. Ikzelf ben bijvoorbeeld toch echt liever een vakantieganger. Maar sieraden, in ieder geval in deze vorm, met een dergelijk vakmanschap maar ook kunstenaarschap erachter zijn van een heel ander kaliber. Dat zijn kunstwerken die je kan dragen. Wanneer ik mij bedenk hoe tof ik een kunstwerk van Kapoor vind, wat een energie ik krijg van het zien van zijn sculpturen, dan kan ik mij opeens goed voorstellen dat iemand dat gevoel bij zich wil dragen. Misschien had de drager in de eerste zaal beter kunnen vaststellen: sommige mensen kopen kunstwerken voor aan de muur, wij kopen kunstwerken voor aan ons lichaam. Valt de tentoonstelling toch opeens weer geheel in mijn straatje.

Sam Tho Duong, collier Frozen, 2011, zoetwaterparels en zilver.