Luchtige kunst

Fictieve ruimtes

Vanuit mijn ooghoek zie ik een wit doek zachtjes wapperen in de wind. Ik denk aan een warme zomerochtend van mijn vakantie, waar het gordijn bij het open raam wappert door een briesje. Ik denk aan de lakens die mijn moeder aan de droogmolen hing, waar ik als kind mijn wang tegenaan legde om de warmte van de zon te voelen. Het is het werk van Marinus Boezem in Museum Kranenburgh. De wind komt van een aantal ventilatoren, die op een roterende stand een meterslange gordijn heen en weer blazen. De ruimte is fictief. Het gordijn vormt een rechthoekige kamer die door de wind steeds even aanzwelt om daarna weer te slinken. Met een simpel wit doek maakt Boezem zoiets onzichtbaar als de wind waarneembaar.

In de voormalige kunstenaarskolonie Bergen, verschuift de nadruk van Museum Kranenburgh langzaam van expressionistische landschappen naar moderne en hedendaagse kunst. De huidige groepstentoonstelling Lucht is dan ook gevuld met grote namen uit de laatste 60 jaar, zoals Marina Abramovich en Ulay, Ai Weiwei, Yoko Ono, herman de vries (die expres zijn neem niet met hoofdletters geschreven wil hebben) en de eerder genoemde Marinus Boezem.

I can’t breathe

Op het moment dat de tentoonstelling net geopend wordt, is de hele wereld in oproer door de dood van George Floyd in de Verenigde Staten. De zwarte man zegt ruim 20 keer tegen de politieman die op zijn nek zit dat hij geen adem kan halen, dat hij stervende is. Toch krijgt hij geen medische hulp of verlichting aangeboden, hij sterft op straat. Over de hele wereld wordt er met afschuw gereageerd, volgen er protesten tegen politiegeweld en racisme. Overal waar je komt wordt er over gepraat: op social media, op het nieuws, op straat. En bij binnenkomst in de tentoonstellingszaal van Museum Kranenburgh kan je er ook niet omheen. Op de muur staat in grote zwarte letters ‘Breathe’.

Dat het werk van Yoko Ono oorspronkelijk in 1966 een heel andere intentie had is logisch, toch kan je er op dit moment in gedachten niks anders van maken dan ‘I can’t breathe’, de welbekende kreet die menig zwarte mannen in Amerika door politiegeweld moet uitspreken. Het werk is in principe een schriftelijke aanwijzing van de kunstenares om zelf onderdeel te worden van de kunst, om als het ware een performer te worden, naar aanleiding van haar geschreven instructie. Dat je de handeling uitvoert bij het lezen van het werk, even bewust stilstaat bij ademhalen, op dit moment. Hoe beter stil te staan en ademhaling te ervaren, dan stil te staan bij hen die dat niet konden?

Goed om te weten:

De tentoonstellingszalen zijn ingericht per thema’s: leven, fenomenen en complicaties. De werken die gekozen zijn in die zaal, verwijzen dus op een directe of indirecte manier naar hoe lucht zich verhoudt tot dat thema. Denk bij complicaties aan luchtvervuiling, en wat simpeler aan lucht dat leven schenkt. De performance tussen Abramovich en Ulay, waarin zij in elkaars mond één ademteug tussen hen delen totdat zij niet meer kunnen, krijgt in de relatie tot het leven dus een akelige uitwerking. Wij, als kijker, voelen de benauwdheid toenemen naarmate de performance duurt. Hoelang gaan zij door op dat kleine beetje zuurstof dat zij delen? Hoelang kúnnen zij doorgaan?

Leuk om te weten:

Als een vorm van kritiek – of als dystopisch toekomstbeeld – voorziet Yoko Ono dat in de toekomst lucht alleen nog maar als een consumptieproduct uitgegeven zal worden. Of dat door vervuiling, of door kapitalisering zal gebeuren laat zij in het midden, in ieder geval geven deze snoepautomaten geen kauwgomballen maar plastic balletjes met lucht uit. Je mag uit deze Air Dispensers (1977-2020) zelf je hap lucht kopen, neem dus vooral € 0,50 cent mee! Wat je daarna doet met het schuldgevoel dat je bijgedragen hebt aan de mogelijke vervuiling (want onnodig plastic gebruik), tja, daar kunnen we je niet bij helpen.

Lucht
8 juli – 29 november 2020
Museum Kranenburgh, Bergen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *